Schermmateriaal FIE Reglement

 FIE Reglement

Materiaalvoorschriften

WAPENS

Gemeenschappelijke karakteristieken op alle wapens

1. Er bestaan drie types wapens: de floret, de degen en de sabel.

2. Alle wapens zijn toegelaten op voorwaarde conform te zijn aan dit reglement en aan de veiligheids normen in bijlage.

3. Het wapen is op een zodanige manier samengesteld dat het normaal noch de schermer, noch zijn tegenstander, kan verwonden. Iedere aanpassing van de kling tussen de kom en knop, door slijpen, vijlen of een andere methode is verboden.

4. Het is verboden het (de) uiteinde(n) van de punt aan te scherpen.

 Algemene beschrijving

Elk wapen is samengesteld uit volgende delen:

1. Een flexibele stalen kling, eindigend op zijn voorste uiteinde op een knop en op zijn achterste uiteinde op de angel (welke omvat zit in de greep als het wapen gemonteerd is).

2. Een greep, in dewelke de angel bevestigd is door middel van een sluitmoer of op een andere wijze, en die de hand van de schermer toelaat het wapen vast te houden. Hij mag zijn samengesteld uit één of meerdere stukken; in dit laatste geval is hij samengesteld uit een huls (die de hand normaal vasthoudt) en een knop (achterste deel van de greep die de huls over de angel vastschroeft).

3. Een metalen kom, vastgezet — met de bolle kant naar voor — tussen de kling en de greep en die er toedient de gewapende hand te beschermen. Op floret en degen, moet de kom verplicht een opvulling of kussen bevatten om de schokken te dempen. Hij zal o.a. ook een elektrische stekker bevatten om de fil de corps op aan te sluiten.

 Floret

Gewicht

Het totale gewicht van de floret klaar voor gebruik is minder dan 500 gram.

Lengte

De maximum totale lengte van de floret is 110 cm.

De kling

1. De kling heeft een vierhoekige doorsnede en moet vervaardigd zijn uit staal volgens de veiligheidsnormen bijgevoegd bij het Reglement.

2. De scherpe kanten zullen minder scherp gemaakt worden om niet te snijden en ze moeten geslagen worden met een gerealiseerde afkanting met een hoek van 45° (+ of — 5°) (0,5 + of — 0,1 mm aan elke kant) om niet snijdend te zijn of te worden.

3. De kling wordt zo gemonteerd dat de grootste afmeting horizontaal wordt geplaatst.

4. De maximum lengte van de kling is 90 cm.

5. De kling moet een buigzaamheid vertonen overeenkomstig met een buiging van minimum 5,5 cm en maximum 9,5 cm gemeten onder de volgende condities:

a) De kling wordt horizontaal ingeklemd op 70 cm van het uiteinde van de punt.

b) Een gewicht van 200 gram (tolerantie +/- 1g) wordt opgehangen op 3 cm van het uiteinde van de punt.

c) De buiging wordt gemeten aan het uiteinde van de punt tussen de posities met en zonder gewicht.

d) De groef moet zich aan de bovenkant bevinden.

6. De kling is zo recht mogelijk. De eventuele kromming moet regelmatig zijn en de buiging is in ieder geval minder dan 1 cm; ze is alleen toegestaan in de verticale richting en moet zich dicht bij het midden van de kling situeren. De kromming van de kling moet als volgt gemeten worden:

i) de kling wordt op een vlak oppervlak geplaatst met de kromming naar boven;

ii) men meet de maximale afstand tussen het vlak en de kling. Deze afstand is de kromming van de kling.

De kom

1. De kom moet door een rechte cilindrische koker (gabarit (mal)), met een diameter van 12 cm en een lengte van 15 cm, kunnen gaan waarbij de kling evenwijdig is met de as van de koker.

2. Excentriciteit is niet toegestaan, wat wil zeggen dat de kling door het midden van de kom moet gaan. De diameter van de kom moet tussen 9,5 en 12 cm zijn.

De elektrische draad

De floret heeft één enkele elektrische draad die vastgelijmd is in de gleuf die over de gehele lengte van de kling gegroefd is en die een permanente verbinding vormt tussen de punt en het overeenkomstige contact aan de binnenzijde van de kom.

De punt

1. De druk die moet worden uitgeoefend op de punt om het contact te verbreken en het apparaat te laten afgaan moet groter zijn dan 500 gram. Wat wil zeggen dat dat gewicht moet teruggeduwd worden door de veer van de punt. Dit gewicht van 500 gram dat door het Organisatiecomité wordt verschaft mag een tolerantie hebben van 2 gram. Bijvoorbeeld: 498 tot 502 gram.

2. De slag (“course”) van de punt nodig om het afgaan van het apparaat te veroorzaken, de zogenaamde ontstekingsslag, mag uiterst klein zijn. De totale slag (“course totale”) van de punt is maximum 1 milimeter. De gebruikte jauge (meetplaatje) mag een maximale tolerantie hebben van +/- 0,05mm.

3. De punt moet in de embase bevestigd zijn op twee gelijk verdeelde punten, of door een ander systeem na goedkeuring van de SEMI Commissie.

4. In rust is de punt eveneens verbonden met de massa van de floret. Als er getroffen wordt moet dit contact verbroken worden.

Isolatie van de punt, de kling en de greep

De behuizing van de punt en de kling van de floret moeten, over een afstand tot 15cm van de punt, geheel bedekt zijn met isolerend materiaal (isolerende tape, hechtpleister, plakband, plastiek of vernis).

UITRUSTING EN KLEDIJ

Algemene voorwaarden

Het nationaal schermtenue omvat de kousen, de broek, het vest en, op floret en sabel, het geleidend vest.

1. BESCHERMING

De uitrusting en de kledij moeten een maximum aan bescherming bieden, verenigbaar met de onontbeerlijke bewegingsvrijheid eigen aan de beoefening van de schermsport.

2. VEILIGHEID

Ze mogen in geen geval het risico meebrengen de tegenstander te hinderen of te verwonden. Ze mogen geen gespen of openingen hebben waarin — behalve per ongeluk — de punt van het wapen van de tegenstander terecht kan komen om op die manier te worden vastgehouden of af te wijken. Het vest en de kraag moeten geheel zijn dichtgeknoopt of gesloten.

3. KENMERKEN VAN DE KLEDIJ

a) De kledij moet uit een voldoende sterk materiaal samengesteld zijn, proper zijn en in goede staat verkeren.

b) Het materiaal waaruit de uitrusting vervaardigd is mag geen glad oppervlak vertonen waarop de punt, of de slag of de steek van de tegenstander zou kunnen afglijden.

c) Het schermtenue moet geheel vervaardigd zijn uit weefsel dat weerstand biedt aan 800 Newton. Bijzondere aandacht moet gegeven worden aan het mogelijke stikwerk bij de oksels. Een ondervest, die voorziet in de bescherming voor de vitale delen (volgens de tekening in bijlage “Veiligheidsnormen voor de fabrikanten”), met een weerstand van 800 Newton, is eveneens verplicht.

d) De kledij van de schermers mag verschillende kleuren hebben, behalve zwart.

e) Het nationaal schermtenue is uniek.

4. HET VEST

a) Op alle wapens moet het onderste gedeelte van het vest de broek voor minstens 10 cm overlappen als de schermer in (de houding) “en garde” staat.

b) Het vest moet verplicht een onder-armstuk bevatten dat de mouw tot aan de elleboogholte verdubbelt en de flank in de omgeving van de oksel. Op degen is de schermer verplicht een reglementair vest te dragen dat het gehele oppervlak van de romp bedekt.

c) Het gebruik van de borstbescherming (in metaal of ieder ander hard materiaal) is verplicht voor vrouwen en facultatief voor mannen. Op floret moet de borstbescherming onder het ondervest worden gedragen.

5. DE BROEK

a) De broek moet zijn vastgemaakt en bevestigd onder de knieën.

b) Het is verplicht om bij de broek een paar kousen te dragen. Deze moeten het gehele been bedekken tot onder de broek en ze moeten zo gedragen worden dat ze niet kunnen afzakken.

c) De schermer mag een omslag hebben van 10 cm boven aan de kousen, met de kleuren van de nationale ploeg.

6. DE HANDSCHOEN

Op alle wapens moet de manchet van de handschoen, in alle omstandigheden, de helft van de gewapende voorarm van de schermer volledig bedekken om te vermijden dat de kling van de tegenstander in de mouw van het vest zou kunnen ingaan.

7. HET MASKER

a) Op alle wapens moeten de maskers vervaardigd zijn volgens de veiligheidsnormen in bijlage en het kwaliteitslabel, zoals voorzien in die normen, dragen.

b) Het masker moet aan de achterzijde een horizontale veiligheidsband hebben, waarvan de twee uiteinden stevig moeten zijn vastgehecht aan de beide zijden van het masker. Deze band mag uit elastisch materiaal zijn vervaardigd of uit eender ander soort materiaal goedgekeurd door de SEMI Commissie.

Regels specifiek voor floret

 
De handschoen

De handschoen mag licht opgevuld zijn.

Het masker

1. Het deel van de bavette onder een horizontale lijn 1,5 à 2 cm onder de kin moet volledig bedekt zijn met een materie die dezelfde geleidende eigenschappen heeft als het geleidend vest.

2. Maskerkabel: Het elektrisch contact tussen het elektrisch vest en de bavette van het masker moet ver zekerd worden met behulp van een elektrische kabel, met witte of bleke kleur, en met twee krokodillenklemmen. Die kabel moet aan de bavette van het masker bevestigd zijn met een krokodillenklem, en aan het vest met de andere klem. De kabel in kwestie moet tussen 30 en 40 cm lang zijn. In het geval van een gerecycleerde telefoonkabel mag de maximale lengte van de vrije kabel niet meer zijn dan 25 cm met een tolerantie van plus of min 5 cm.

Het geleidend vest (elektrisch vest)

1. De schermer draagt over zijn schermvest een geleidend vest waarvan het geleidend oppervlak het gehele geldige oppervlak, zonder weglatingen, bedekt in de houding “rechtop”,“en garde” en “uitval”. Het vest is bij het midden van de rug, onder de kraag, uitgerust met een geleidende lip, van minimum 2 op 3 cm, die dienst moet doen als aanhechtingspunt voor de krokodillenklem van de maskerkabel.

2. Welk type sluiting ook wordt gebruikt, het geleidend weefsel moet een voldoende overlap hebben om de dekking van het geldig trefvlak in alle posities te verzekeren. Het overlappende deel moet verplicht dat van de kant van de gewapende arm zijn.

3. De binnenzijde van de geleidende vesten moet elektrisch geïsoleerd zijn door een voering of door een adequate behandeling van het metaalweefsel.

4. De geleidende kraag moet minstens een hoogte hebben van 3 cm. Het geleidend floretvest moet een geleidende lip hebben van minimum 2 op 3 cm bij het midden van de rug, net onder de kraag, waaraan de krokodillenklem van de maskerkabel kan bevestigd worden.

5. Het gebruikte metaalweefsel moet van geleidende draad geweven zijn in de 2 richtingen. Op het punt van geleiding moet het voldoen aan volgende voorwaarden:

a) In geen enkel geval mag men gaten, oxidatie- of andere vlekken tolereren die het registreren van een geldige treffer kunnen verhinderen.

6. De niet geleidende band die tussen de benen doorgaat moet minstens 3 cm breed zijn.

De fil de corps en de stekkers

1. a) De geleiders van de fil de corps (eigen materiaal van de schermer) moeten onderling elektrisch goed geïsoleerd zijn, ongevoelig voor vocht en gebundeld of gevlochten zijn.

b) Een fil de corps heeft aan ieder uiteinde een stekker. Als er geen zekering aanwezig is op het wapen, dan moet er een zekering vastgehecht zijn aan de stekker van de fil de corps.

2. a) De draad die de stekker aan de achterkant van de fil de corps verbindt met de krokodillenklem, bevestigd aan het geleidend vest, moet een vrije lengte hebben vanminstens 40 cm. Deze draad moet vast gesoldeerd zijn aan de krokodillenklem en deze soldering mag niet bedekt zijn met isolerend of eender ander materiaal. Desalniettemin is een andere bevestigingssysteem dat dezelfde garanties biedt als soldering, kan toegestaan worden na goedkeuring door de SEMI Commissie.

b) De krokodillenklem moet van een sterk type zijn en een perfect contact met het geleidend vest verzekeren. De breedte op de plaats van het contact moet minstens 10 mm zijn, het binnenste van de klem moet een open ruimte hebben van minstens 8 mm lang en 3 mm hoog. De krokodillenklem moet bevestigd worden op de rug van het geleidend vest aan de kant van de gewapende arm.

3. a) Aan de kant van de floret, aan de binnenzijde van de kom, is de keuze van systeem vrij, maar het gekozen systeem zal in ieder geval moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel m.5.

b) Onder andere zullen de mannetjes-pinnen van de stekker niet mogen toelaten het metaal van de kom te raken.

c) De draad komende van de punt van de floret moet beschermd worden door een isolerende gaine (omhulsel) van bij de ingang in de kom tot aan de geïsoleerde klem aan de steun voor de stekker. In geen enkel geval mag de niet geïsoleerde draad voorbij de klem komen.

MATERIAALKEURING

Keuring van het materiaal van de schermers

1. Bij alle officiële FIE wedstrijden zijn de schermers verantwoordelijk voor hun materiaal (wapens, uitrusting en kledij) op het moment van het zich aanbieden op de piste.

2. In het bijzonder de klingen, de maskers en de schermtenues moeten het garantielabel dragen zoals voorzien in de veiligheidsnormen in bijlage.

3. De door dit voorliggende Reglement opgelegde keuringsmaatregelen hebben slechts tot doel de organisatoren te helpen die dit reglement moeten doen toepassen en de schermers die het Reglement constant moeten respecteren. Deze maatregelen kunnen dan ook op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid wegnemen van de schermers in overtreding met het Reglement.