Schermsport

Schermen is een sierlijke, snelle en tactische gevechtssport. De bedoeling is de tegenstander te treffen zonder zelf getroffen te worden. Dit vereist naast fysieke en technische kwaliteiten ook concentratie, inzicht en reactievermogen.

Een schermer staat in essentie alleen op piste in de confrontatie met de tegenstander.

Het schermen is een Olympische sport, en dus één van de weinige overblijvende oorspronkelijke sporten van de moderne Spelen.

Schermen is een binnensport. Je hebt een effen terrein nodig, waar geen van de tegenstanders bevoordeeld wordt. Er wordt geschermd ‘op de piste’. Een piste is een afgebakend terrein (een ‘loper’) tussen 1,5 en 2 meter breed, en 14 meter lang. De schermers vatten het gevecht aan in het midden, aan de stellingslijnen, zo’n 4 meter van elkaar.

Er wordt op 3 wapens geschermd: degen, floret en sabel.

De floret is een licht en buigzaam steekwapen. De enige geldige manier om de tegenstander te raken is met de punt. Bij wedstrijdschermen is dat een elektro-punt: een indrukbare punt met een veertje binnenin, die een bepaalde hoeveelheid druk (500g) nodig heeft om contact te maken. Enkel de romp van de tegenstander is geldig als raakvlak. Bij het raken van armen, benen of hoofd, wordt de treffer «ongeldig» verklaard.

Floret is een conventiewapen, dit wil zeggen dat de scheidsrechter het punt toekent volgens ‘de conventies’. Als beide schermers gelijktijdig treffen kunnen ze nooit allebei een punt scoren. Een wapenlemmer komt in 6 maten, van 0 tot 5. De 5 is het ‘volwassen’ lemmer. Per nummer trek je ongeveer een inch af om de lengte te berekenen. In België gebruiken we doorgaans een 0 voor poussins, een 2 voor pupil en (soms) miniem, en een 5 voor alle oudere categorieën.

De conventies gelden bij floret en sabel, en dienen om een treffer te kunnen toekennen. Het voorrangsprincipe bij floret en sabel houdt in dat de eerste persoon die een goed uitgevoerde aanval inzet voorrang heeft. Eenvoudig uitgedrukt: als je wordt aangevallen, moet je je eerst verdedigen alvorens een tegenaanval in te zetten.

Een aanval kan mislukken door pech, een slechte inschatting of door een actie van de tegenstander. Een aanval kan tekort vallen door de afstand mis in te schatten of als de verdediger de afstand voldoende weet te vergroten op het cruciale moment. Gebeurt dat niet, dan kan de aanval ook afgeweerd worden met het wapen (parade). Hierdoor krijgt de verdediger de kans om onmiddellijk zijn tegenstander van antwoord te dienen (riposte). Als de eerste parade niet effectief is (slechte parade), als de riposte mist, of als de verdediger aarzelt vooraleer te riposteren, kan de aanvaller verder aanvallen (remise of herneming).

Het is mogelijk dat voor beide schermers gelijktijdig een treffer wordt aangeduid op de elektronische trefferaanduiding, wanneer ze elkaar raken binnen een zeer korte tijdsspanne. Bij degen krijgen beide schermers dan een punt. Op floret en sabel overheerst de conventie: de scheidsrechter moet uitmaken of beide de aanval gelijktijdig ingezet hebben (simultané), waardoor er geen punt wordt toegekend, of dat één van de schermers toch de voorrang had in de actie, en dus het punt krijgt.

Het hele heen en weer van aanval, parade, riposte enzovoort, wordt de phrase d’armes genoemd. De scheidsrechter gebruikt handgebaren om dit ‘verhaal’ zichtbaar te maken voor de schermers en het publiek.

VERKLARING VAN ENKELE TECHNISCHE TERMEN DIE VEELVULDIG

GEBRUIKT WORDEN BIJ HET OORDELEN OVER SCHERMEN

Tijd

De schermtijd is de tijdsduur van de uitvoering van een enkelvoudige actie.

Offensieve en defensieve acties

Definitie:

1. De verschillende offensieve acties zijn de aanval, de riposte en de contre-riposte.

De aanval is de initiële offensieve actie uitgevoerd door het ontplooien van de arm waarbij het geldig trefvlak van de tegenstander voortdurend wordt bedreigd, voorafgaand aan het inzetten van de uitval of de flèche.

De riposte is de offensieve actie van de schermer die de aanval heeft gepareerd.

De contre-riposte is de offensieve actie van de schermer die de riposte heeft gepareerd.

2. De verschillende defensieve acties zijn de parades.

- De parade is de defensieve actie uitgevoerd met het wapen om te verhinderen dat een offensieve actie treft.

Verklaring:

Offensieve acties:

1. Aanval

De actie is enkelvoudig als ze in één enkele beweging wordt uitgevoerd:

- hetzij rechtstreeks (in dezelfde lijn),

- hetzij onrechtstreeks (in een andere lijn).

De actie is samengesteld als ze wordt uitgevoerd in meerdere bewegingen.

2. Riposte

De riposte kan onmiddellijk zijn of met verloren tijd (“à temps perdu”), afhankelijk van de feitelijkheiden de snelheid van uitvoering. De riposten zijn:

a) Enkelvoudig rechtstreeks:

- Riposte rechtuit (“droite”): riposte die de tegenstander treft zonder dat de lijn werd verlaten waarin de parade uitgevoerd was.

- Riposte over het ijzer: riposte die de tegenstander treft, al glijdend over het ijzer, na de parade.

b) Enkelvoudig onrechtstreeks:

- Riposte met dégagement: riposte die de tegenstander treft in de tegengestelde lijn aan die waarin de parade werd uitgevoerd (door onder zijn ijzer door te gaan indien de parade plaatsvond in een hoge lijn,en over het ijzer heen te gaan indien de parade plaatsvond in een lage lijn).

- Riposte met coupé: riposte die de tegenstander treft in de tegengestelde lijn aan die waarin de paradewerd uitgevoerd (waarbij het ijzer, in alle gevallen, voor de punt van de tegenstander langs gaat).

c) Samengesteld:

- Riposte en doublant: riposte die de tegenstander treft in de tegengestelde lijn aan die waarin de parade werd uitgevoerd, maar pas nadat er een volledige cirkelomtrek rondom het ijzer van de tegenstander beschreven werd.

— Riposte met une-deux: riposte die de tegenstander treft in de lijn waarin de parade werd uitgevoerd,maar pas nadat het wapen eerst in de tegengestelde lijn is geweest, door onder zijn ijzer door te gaan.

3. Tegenaanval

De tegenaanvallen zijn de offensieve of de defensief-offensieve acties uitgevoerd tijdens het offensief van de tegenstander:

a) Arrêt: tegenaanval gemaakt op een aanval.

b) Arrêt met opposition: tegenaanval uitgevoerd met het sluiten van de lijn waarin de aanval moet uitkomen.

c) Arrêt met schermtijd.

4. Andere offensieve acties

a) Remise

Onmiddellijke enkelvoudige offensieve actie, volgend op een eerdere actie, zonder terugplooien van de arm, na een parade of het terugwijken van de tegenstander, hetzij dat deze het ijzer heeft losgelaten zonder te riposteren, hetzij dat hij laattijdig riposteert, of onrechtstreeks of samengesteld.

b) Redoublement

Nieuwe actie, enkelvoudig of samengesteld, op een tegenstander die heeft gepareerd zonder te riposteren, of die eenvoudigweg de eerdere actie heeft ontweken met een terugwijken of met een ontwijking (“esquive”).

c) Reprise d’attaque Nieuwe aanval uitgevoerd onmiddellijk na het terugkeren in houding.

d) Contre-temps Iedere actie uitgevoerd door de aanvallende schermer op een arrêt van zijn tegenstander.

Defensieve acties

De parades zijn enkelvoudig, rechtstreeks, als ze in dezelfde lijn worden uitgevoerd als de aanval.

Ze zijn kringvormig (in “contre”) als ze worden uitgevoerd in de tegengestelde lijn als die van de aanval.

Houding “pointe en ligne” (punt in lijn)

De “pointe en ligne“ (punt in lijn) is een bijzondere houding waarbij de schermer de gewapende arm gestrekt houdt en continu met de punt van zijn wapen het geldig trefvlak van zijn tegenstander bedreigt.

Terrein

Het terrein moet een vlak en horizontaal oppervlak hebben. Het mag geen van beide tegenstanders bevoordelen of benadelen, vooral wat de belichting betreft.

1. Het gedeelte van het terrein bestemd voor het gevecht heet de piste.

2. De wedstrijden op de drie wapens worden beslecht op dezelfde pistes.

3. De breedte van de piste is 1,50 tot 2 meter.

4. De lengte van de piste is 14 meter, zodat iedere schermer, opgesteld op 2 meter van de middellijn, een totale lengte van 5 meter tot zijn beschikking heeft om te wijken zonder met twee voeten de achtergrens te overschrijden.

Op de piste zijn, op een goed zichtbare wijze, vijf lijnen getrokken loodrecht op de lengterichting van de piste, te weten:

a) 1 middellijn, die als onderbroken lijn over de gehele breedte van de piste getrokken moet zijn.

b) 2 stellinglijnen, op 2 meter aan iedere kant van de middellijn (en die over de gehele breedte van de piste moeten getrokken zijn.

c) 2 achterlijnen, die over de gehele breedte van de piste moeten getrokken zijn, op een afstand van zeven meter tot de middellijn.

d) Bovendien moeten de laatste twee meter voor die achterlijnen duidelijk onderscheiden zijn – indien mogelijk door een andere kleur van de piste – op dusdanige wijze dat de schermers gemakkelijk hun positie op de piste kunnen waarnemen.

Stellingname (“mise en garde”)

1. De eerst opgeroepen schermer moet zich rechts van de scheidsrechter plaatsen, behalve in het geval van het gevecht tussen een rechtshandige en een linkshandige, als de eerst opgeroepene de linkshandige is.

2. De scheidsrechter laat elk van de twee schermers zodanig plaatsnemen dat de voorste voet zich op 2 meter van de middellijn van de piste bevindt (dus achter de stellinglijn).

3. De stellingname (“mise en garde”) bij aanvang en het herinnemen van de stelling (“remise en garde”) geschieden steeds in het midden van de breedte van de piste.

4. Bij de stellingname (“mise en garde”), in de loop van het gevecht, moet de afstand tussen de schermers zodanig zijn dat, in de houding pointe en ligne (punt in lijn), de punten elkaar niet kunnen raken.

5. Na iedere als geldig in rekening genomen treffer worden de schermers opnieuw in stelling geplaatst in het midden van het terrein.

6. Als de treffer niet werd toegekend, worden ze opnieuw in stelling geplaatst op de plaats waar ze zich bevonden bij de onderbreking van het gevecht.

7. De stellingname (“mise en garde”) bij het begin van iedere periode en van de eventuele toegevoegde minuut, moet in het midden van het terrein plaatsvinden.

8. Het herinnemen van de stelling (“remise en garde”), op afstand, mag niet als gevolg hebben dat de schermer, die zich voor de achterlijn bevond op het moment van het schorsen van het gevecht, achter deze lijn wordt geplaatst. Als hij aléén voet achter de achterlijn heeft, blijft hij op zijn plaats.

9. Het herinnemen van de stelling (“remise en garde”), op afstand, naar aanleiding van zijwaarts buitengaan, kan de schermer in fout achter de achterlijn plaatsen en een treffer met zich meebrengen.

10. De stelling wordt ingenomen door de schermers na het bevel “En garde!”, gegeven door de scheidsrechter, waarna de scheidsrechter vraagt “Etes-vous prêts?” (Bent u klaar?). Na een bevestigend antwoord, of bij het uitblijven van een ontkennend antwoord, geeft hij het startsignaal voor het gevecht: “Allez!”.

11. De schermers moeten correct de houding “en garde” innemen en een volkomen onbeweeglijkheid bewaren tot het bevel “Allez!” van de scheidsrechter.

12. Bij floret en sabel mag de houding “en garde” niet worden ingenomen in de houding “pointe en ligne” (punt in lijn).

Aanvang, stoppen en hervatten van het gevecht

1. De aanvang van het gevecht wordt aangegeven met het bevel “Allez!”. Er wordt geen enkele rekening gehouden met een slag of steek ingezet of toegebracht vóór dit bevel.

2. Het einde van het gevecht wordt aangegeven met het bevel “Halte!”

3. Vanaf het bevel “Halte!” mag de schermer geen nieuwe actie meer aanvatten: uitsluitend de reeds ingezette slag of steek blijft geldig. Alles wat hierna nog gebeurt, is absoluut niet meer geldig.

4. Als één van de schermers inhoudt vóór het bevel “Halte!” en hij wordt getroffen, dan is de treffer geldig.

5. Het bevel “Halte!” wordt ook gegeven als het spel van de schermers gevaarlijk, verward of tegenstrijdig aan het Reglement is, als één van de schermers ontwapend is, als één van de schermers buiten de pistegaat, of als hij, al wijkende, het publiek of de scheidsrechter nadert.

6. Behalve in een uitzonderingsgeval mag de scheidsrechter een schermer niet toestaan de piste te verlaten. Als deze dit zonder toestemming zou doen, dan zal hij onderhevig zijn aan de sancties.

Gevecht van dichtbij

Het gevecht van dichtbij is toegestaan zolang de schermers hun wapen op een normale manier kunnen gebruiken en zolang de scheidsrechter, bij floret en sabel, de acties kan blijven volgen.

Corps à corps

1. De corps à corps doet zich voor als de twee tegenstanders met elkaar in contact komen. In dat geval wordt het gevecht door de scheidsrechter gestopt.

2. Op de drie wapens is het verboden om moedwillig de corps à corps te veroorzaken om een treffer te ontlopen, of om ruw aan te lopen tegen zijn tegenstander (“bousculade”). In het geval van een dergelijke fout zal de scheidsrechter de schermer in fout de sancties opleggen en de eventuele treffer toegebracht door de schermer in fout zal worden geannuleerd.

Ontwijkingen (“esquives”) — Verplaatsingen en passeren

1. De verplaatsingen en ontwijkingen (“esquives”) zijn toegestaan, zelfs die waarbij de ongewapende hand of de knie van het achterste been in contact kunnen komen met de vloer.

2. Het is tijdens het gevecht verboden om de tegenstander de rug toe te keren. In het geval van een dergelijke fout zal de scheidsrechter de schermer in fout de sancties opleggen. De eventuele treffer toegebracht door de schermer in fout zal worden geannuleerd.

Substitutie en gebruik van de ongewapende arm en hand

1. Het gebruik van de ongewapende hand en arm is verboden, hetzij om een aanvallende actie, hetzij om een verdedigende actie uit te voeren. In het geval van een dergelijke fout zal de treffer toegebracht door de schermer in fout geannuleerd worden en deze laatste zal de sancties opgelegd krijgen bepaald voor de fouten van de 2de groep (RODE KAART).

2. Op floret en sabel is het verboden om een geldig trefvlak af te schermen of te substitueren door een ander deel van het lichaam door bedekking hetzij door een abnormale beweging. De treffer eventueel toegebracht door de schermer in fout zal worden geannuleerd.

a) Als er, gedurende de phrase d’armes (gevechtsgang), afscherming of substitutie van een geldig trefvlak plaatsvindt, dan zal de schermer in fout de sancties opgelegd krijgen.

b) Als er, gedurende de phrase d’armes (gevechtsgang), door afscherming of substitutie van een geldig trefvlak, een correct toegebrachte treffer als ongeldig werd geregistreerd, dan zal deschermer in fout de sancties opgelegd krijgen en de treffer zal worden toegekend door de scheidsrechter.

3. Gedurende het gevecht mag de ongewapende hand van de schermer in geen geval welk deel dan ook van de elektrische uitrusting vastgrijpen. De treffer eventueel toegebracht door de schermer in fout zal worden geannuleerd.

4. In het geval de scheidsrechter in de loop van een gevecht opmerkt dat één van de schermers gebruik maakt van de ongewapende arm en/of hand, of het geldig trefvlak afschermt of bedekt door een ongeldig deel, kan hij de assistentie inroepen van twee neutrale assessoren, die zullen worden aangeduid door de Directoire Technique (DT).

5. Deze assessoren, elk opgesteld aan een kant van de piste, volgen het geheel van het gevecht en signaleren, door het opsteken van de hand of na bevraging door de scheidsrechter, het gebruik van de ongewapende arm of hand, of het afschermen of bedekken van geldig trefvlak door een ongeldig deel.

6. De scheidsrechter kan tevens de twee schermers van plaats doen verwisselen zodat diegene die de onregelmatigheid begaat hem de rug niet toekeert.

Terreinwinst of terreinverlies

Bij het bevel “Halte!” blijft de terreinwinst behouden totdat er een treffer toegekend is.

Bij het herinnemen van de stelling (“remise en garde”) zal iedere schermer een gelijke afstand moeten wijken om de vereiste afstand voor de stellingname (“mise en garde”) opnieuw in te nemen.

Als het gevecht echter geschorst zal zijn wegens corps à corps zullen de schermers opnieuw in de houding “en garde” geplaatst worden, zodanig dat diegene die de corps à corps heeft weerstaan zich bevindt op de plaats waar hij zich bevond.

Hetzelfde geldt als zijn tegenstander op hem een flèche heeft uitgevoerd, zelfs als dit niet geresulteerd heeft in een corps à corps.

Overschrijden van de grenzen

Stoppen van het gevecht

 1. Als een schermer met één of beide voeten een zijgrens van de piste volledig overschrijdt, moet de scheidsrechter onmiddellijk het bevel “Halte!” geven.

2. Als de schermer de piste verlaat met beide voeten moet de scheidsrechter alles annuleren wat plaats heeft gevonden na het overschrijden van de grens, behalve de treffer ontvangen door de schermer die de grens heeft overschreden, zelfs na de overschrijding, op voorwaarde dat het een enkelvoudige en onmiddellijke treffer betreft.

3. Daarentegen, de treffer toegebracht door de schermer die de piste met slechts één voet verlaat, blijft geldig als de actie is ingezet voor het bevel “Halte!”.

4. Als één van de twee schermers de piste verlaat met twee voeten, kan in die omstandigheden enkel rekening gehouden worden met de slag of steek toegebracht door de schermer die op de piste is gebleven met ten minste één voet, zelfs in het geval van een coup double.

 Achtergrenzen

Als een schermer de achtergrens van de piste geheel overschrijdt met beide voeten wordt hij getroffen verklaard.

Zijgrenzen

 1. Als een schermer een zijgrens overschrijdt moet hij één meter naar achter schuiven, te rekenen vanaf de plaats waar hij zich bevond op het moment van de overschrijding. Als hij buiten gaat terwijl hij aanvalt, dan moet hij terugkeren naar de plaats waar hij zijn aanval heeft ingezet en van daar nog één meter naar achter schuiven.

2. Indien, ingevolge het toepassen van deze sanctie, één van de schermers zich met twee voeten achter de achtergrens bevindt, wordt hij als getroffen verklaard.

3. De schermer die, om te vermijden getroffen te worden, één van de zijgrenzen met twee voeten overschrijdt– met name bij de uitvoering van een flèche — zal de sancties worden opgelegd.

Per ongeluk buitengaan

 De schermer die onvrijwillig één van de grenzen overschrijdt ingevolge een toevallig voorval (zoals een ruw aanlopen van de tegenstander tegen de schermer (“bousculade”)), is niet vatbaar voor enige bestraffing.

 Duur van het gevecht

1. Onder duur van het gevecht moet men de werkelijke duur verstaan. D.w.z. de som van de tijden verlopen tussen “Allez!” en “Halte!”.

2. De duur van het gevecht wordt gecontroleerd door de scheidsrechter of door een tijdopnemer. Voor de finales van de officiële wedstrijden van de FIE, alsmede voor alle gevechten met een voor de toeschouwers zichtbare chronometer, moet de chronometer zo opgesteld zijn dat deze zichtbaar is voor de twee schermers op de piste en voor de scheidsrechter.

3. De werkelijke duur van het gevecht is: — in de poules: 5 treffers, maximum 3 minuten. — in de rechtstreekse uitschakeling: 15 treffers, maximum 9 minuten verdeeld in drie periodes van 3 minuten, met één minuut pauze tussen twee perioden. — per ploeg: 3 minuten voor iedere aflossing.

4. De tijd mag, iedere keer als het gevecht wordt onderbroken, gevraagd worden door de schermer.

5. Als een schermer ten onrechte zoekt onderbrekingen van het gevecht uit te lokken, of te rekken, zal de scheidsrechter hem de sancties opleggen.

6. In het geval van een defect aan de chronometer, of een fout van de tijdopnemer, zal de scheidsrechter zelf moeten evalueren hoeveel tijd er nog te schermen valt.

 Ongeval — Terugtrekken van een schermer

Letsel of kramp, terugtrekken van een schermer

Voor een letsel of kramp opgelopen in de loop van een gevecht en naar behoren vastgesteld door de afgevaardigde van de Medische Commissie of de dienstdoende arts, zal een stillegging van 10 minuten, af te tellen vanaf de uitspraak van de arts, en strikt voorbehouden voor de verzorging van het letsel of de kramp waarvoor het gevecht werd onderbroken, mogen worden toegekend.

Indien de arts, voor of bij het verstrijken van de 10 minuten, bij de schermer de onmogelijkheid vaststelt om het gevecht te hervatten, beslist hij over het terugtrekken van deze schermer in de individuele wedstrijden en/of zijn vervanging, indien mogelijk, in de wedstrijden per ploeg.

Floret

Conventies

Manier van toebrengen van de treffers

1. De floret is alleen maar een steekwapen. De offensieve actie met dit wapen kent haar uitvoering dus met de punt en met de punt alleen.

2. Het is uitdrukkelijk verboden, tijdens het gevecht (tussen “Allez!” en “Halte!”), de punt van het wapen te drukken of te slepen op de geleidende piste. Het is eveneens, ten allen tijde, verboden het wapen op de piste te laten rusten om het weer recht te buigen. Iedere inbreuk zal gesanctioneerd worden.

Geldig trefvlak

1. Er wordt enkel rekening gehouden met treffers toegebracht op zogenaamd geldig trefvlak.

2. Het geldig trefvlak sluit de ledematen en het hoofd uit. Het is beperkt tot de romp.

Ongeldig trefvlak

Een treffer die aankomt op ongeldig trefvlak (al zij het rechtstreeks of ingevolge de parade) wordt niet in rekening genomen als geldige treffer, maar stopt de phrase d’armes (gevechtsgang) en annuleert dus iedere daaropvolgende treffer.

Beoordeling van de treffer

De wedstrijden worden beoordeeld met behulp van een apparaat dat de treffers registreert.

Echtheid van de treffer

Om de echtheid van de treffer te beoordelen, kan enkel vertrouwd worden op de aanduiding op het apparaat. De scheidsrechter kan een schermer niet getroffen verklaren zonder dat het apparaat de treffer reglementair heeft geregistreerd.

Geldigheid of voorrang

van de treffer

Voorafgaande noot

De scheidsrechter alleen moet beslissen inzake de geldigheid of de voorrang van de treffer, met toepassing van de principes die volgen en die de conventies zijn eigen aan floret.

Eerbiediging van de phrase d’armes (gevechtsgang)

1. Iedere aanval, waarmee bedoeld wordt iedere initiële offensieve actie, correct uitgevoerd, moet gepareerd worden of volledig ontweken en de phrase d’armes (gevechtsgang) moet geëerbiedigd worden.

2. Om de correctheid van een aanval te beoordelen, moet men nagaan dat:

a) De enkelvoudige aanval, rechtstreeks of onrechtstreeks correct is uitgevoerd als het ontplooien van de arm, waarbij de punt het geldig trefvlak bedreigt, voorafgaat aan het ontketenen van de uitval of de flèche.

b) De samengestelde aanval correct is uitgevoerd als bij het zich ontplooien van de arm in de aanzet van de eerste schijnsteek, de punt het geldig trefvlak bedreigt zonder de arm in te trekken gedurende de uitvoering van de opeenvolgende bewegingen van de aanval en het ontketenen van de uitval of de flèche.

c) De aanval met marcher-fente (stap-uitval) of marcher-flèche (stap-flèche) correct is uitgevoerd als het ontplooien van de arm voorafgaat aan het einde van de stap en het ontketenen van de uitval of de flèche.

d) De actie, enkelvoudig of samengesteld, de stap of de schijnsteken uitgevoerd met ingetrokken arm niet in rekening worden genomen als een aanval, maar als een voorbereiding, op gevaar van het ontketenen van de offensieve of defensief-offensieve actie van de tegenstander.

3. Om de voorrang van een aanval te beoordelen in de analyse van de phrase d’armes (gevechtsgang), moet men in acht nemen dat:

a) Als de aanval vertrekt wanneer de tegenstander niet in de houding “pointe en ligne” (punt inlijn) is mag hij toegebracht worden met een steek rechtuit (“coup droit”), of met een dégagement, of met een coupé (snijsteek), ofwel voorafgegaan worden door een slag op het ijzer of effectieve schijnsteken die de tegenstander dwingen tot een parade.

b) Als de aanval vertrekt op het moment dat de tegenstander in de houding “pointe en ligne” (punt in lijn) is, moet de aanvallende schermer eerst het wapen van de tegenstander afwenden. De scheidsrechters moeten oplettend zijn dat een eenvoudige lichte aanraking (“frôlement”) niet als voldoende wordt beschouwd voor het afwenden van het ijzer van de tegenstander.

c) Als de aanvallende schermer, op zoek naar het ijzer van de tegenstander om het af te wenden, het ijzer niet vindt (dérobement), gaat de voorrang over naar de tegenstander.

d) De kruispas voorwaarts is een voorbereiding en op die voorbereiding heeft elke enkelvoudige aanval de voorrang.

4. Aanvallen door slag op het ijzer:

a) Een aanval door slag op het ijzer is correct uitgevoerd en behoudt zijn voorrang op het moment dat de slag wordt uitgevoerd op het zwakke deel van de kling van de tegenstander, te weten, de twee derde van de kling gesitueerd het verste van de kom.

b) Op het moment dat, bij een aanval door slag op het ijzer, de slag is uitgevoerd op het sterke deel van de kling van de tegenstander, te weten, op het derde van de kling gesitueerd het dichtst bij de kom, is de aanval slecht uitgevoerd, wat aan de tegenstander het recht geeft om onmiddellijk te riposteren.

De parade geeft recht op de riposte : de enkelvoudige riposte kan rechtstreeks of onrechtstreeks zijn, maar om iedere volgende actie van de aanvallende schermer te annuleren, moet ze onmiddellijk worden uitgevoerd, zonder aarzelen of onderbreking.

Als, in een samengestelde aanval, de tegenstander het ijzer vindt in één van de schijnsteken, heeft hij recht op de riposte.

Bij samengestelde aanvallen heeft de tegenstander het recht om een arrêt toe te brengen, maar, om geldig te zijn, moet de arrêt de finale actie van de aanval voorafgaan met een schermtijd, dat wil zeggen dat de arrêt moet treffen voordat de aanvallende schermer de laatste beweging van de finale actie van de aanval heeft ingezet.

Beoordeling

1. Bij toepassing van deze basisconventies van floret moet de scheidsrechter als volgt oordelen:

Op het moment dat, in de phrase d’armes (gevechtsgang), allebei de schermers gelijktijdig getroffen zijn, heeft men, hetzij een gelijktijdige actie, hetzij de coup double.

2. De gelijktijdige actie is een gevolg van een gelijktijdige ontwikkeling en uitvoering van de aanval van beide schermers. In dat geval worden de toegebrachte steken geannuleerd voor beide schermers, zelfs als één van hen een ongeldig trefvlak heeft getroffen.

3. De coup double, daarentegen, is het gevolg van een foutieve actie van één van de schermers. Bijgevolg, als er geen schermtijd is tussen de twee steken:

4. Alleen de aangevallen schermer is getroffen:

a) als hij een arrêt heeft toegebracht op een enkelvoudige aanval;

b) als, in plaats van te pareren, hij poogt te ontwijken, maar zonder daarin te slagen;

c) als, na een geslaagde parade, hij een moment van inhouden heeft dat aan de tegenstander het recht geeft zijn aanval te hernemen (redoublement, remise of reprise d’attaque);

d) als, op een samengestelde aanval, hij een arrêt toebrengt zonder het voordeel van een schermtijd te hebben;

e) als, op een moment dat hij zich in de houding “pointe en ligne” (punt in lijn) bevindt, na een slag op het ijzer of een ijzerneming (“prise de fer”) die zijn wapen afwendt, hij aanvalt of zijn ijzer terug in de houding “pointe en ligne” (punt in lijn) brengt in plaats van een steek rechtstreeks toegebracht door de aanvallende schermer te pareren.

5. Alleen de aanvallende schermer is getroffen:

a) als, op het moment dat de tegenstander in de houding “pointe en ligne” (punt in lijn) is, de aanval vertrekt zonder het ijzer van de tegenstander af te wenden. De scheidsrechters moeten oplettend zijn dat een eenvoudige lichte aanraking (“frôlement”) niet als voldoende wordt beschouwd voor het afwenden van het ijzer van de tegenstander.

b) als hij het ijzer zoekt, het niet vindt (wegens een dérobement) en de aanval doorzet;

c) als, in een samengestelde aanval, tijdens dewelke de tegenstander het ijzer heeft gevonden, hij de aanval doorzet terwijl de tegenstander onmiddellijk riposteert;

d) als, in een samengestelde aanval, hij een moment van aarzeling heeft, tijdens hetwelk de tegenstander een arrêt toebrengt en dat hij zijn aanval doorzet;

e) als, in een samengestelde aanval, hem een arrêt wordt toegebracht een schermtijd voor de finale actie van zijn aanval;

f) als hij treft door remise, redoublement of reprise d’attaque, op een parade van de tegenstander, gevolgd door een onmiddellijke enkelvoudige riposte, uitgevoerd in één enkele tijd en zonder terugplooien van de arm.

6. De schermers worden opnieuw in stelling geplaatst, telkens de scheidsrechter, bij een coup double, niet duidelijk kan oordelen aan welke kant de fout werd begaan.

Eén van de moeilijkste gevallen om te beoordelen doet zich voor op het moment dat er een arrêt wordt toegebracht die aanleiding kan geven tot twijfel over het feit of er een voldoende voorsprong is op de finale actie van een samengestelde aanval.

Over het algemeen, in dit geval, is de coup double het gevolg van een gelijktijdige fout van beide schermers, die het herinnemen van de stelling (“remise en garde”) rechtvaardigt: fout van de aanvallende schermer, ingevolge aarzelen, traagheid of onvoldoende effectieve schijnsteken, fout van de aangevallen schermer door de vertraging of traagheid in de arrêt.